Franchisegeschil: dwaling en informatieplicht

Wet Franchise Conscious contracting Franchise & Distributie Franchiserecht Procesrecht (Litigation)

Inleiding

Franchisegeschillen gaan vaak over (een tekort aan) geldstromen of (het ontbreken van) prestaties, maar ook over de precontractuele informatieplicht van de franchisegever. Een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (zie: ECLI:NL:RBROT:2025:11065) in de zaak van Kipperij Arnhem laat zien hoe streng de rechter is bij een beroep op dwaling en het inzagerecht.

De situatie: franchiseovereenkomst Kipperij Arnhem

De Arnhemse vestiging van Kipperij opende in januari 2024 haar deuren. Kort daarna ontstonden de eerste problemen. De kosten van de exploitatie waren hoger dan verwacht en de franchisenemer kon de onderneming niet winstgevend draaien. Hij stopte met het betalen van de franchise fee en de marketing fee, waarna de franchisegever haar dienstverlening opschortte.

De franchisenemer beriep zich vervolgens op dwaling. Volgens hem was het vestigingsplaatsonderzoek, dat de basis vormde voor zijn beslissing, niet objectief tot stand gekomen, maar aangepast op instructie van de franchisegever om een bancaire financiering rond te krijgen. Daarmee zou sprake zijn van misleidende informatie én een schending van de informatie­plicht franchisegever. 

De franchisenemer wilde zijn stellingen onderbouwen door inzage te krijgen in interne stukken van de franchisegever. Die stukken zouden de instructies van de franchisegever kunnen bewijzen. Hij vroeg de rechtbank om Kipperij te bevelen tot afgifte van bescheiden.

Juridisch kader: informatieplicht en inzagerecht

Informatieplicht 

De wet bepaalt dat de franchisegever vóór het sluiten van een franchiseovereenkomst alle relevante informatie aan de aspirant-franchisenemer moet verstrekken, inclusief informatie waarvan hij redelijkerwijs kan vermoeden dat deze voor de franchisenemer van belang is. Deze plicht dient ertoe de franchisenemer in staat te stellen een weloverwogen beslissing te nemen en zijn onderneming goed te kunnen runnen. Het helpt bij het creëren van een evenwichtige en eerlijke relatie tussen beide partijen. 

Inzagerecht 

Het uitgangspunt binnen het bewijsrecht is: ‘wie eist, bewijst’. Bewijzen is echter niet altijd eenvoudig. Het komt vaak voor dat een partij bekend is met de inhoud van een schriftelijk bewijsmiddel, maar dit document niet in zijn bezit heeft. Om toch inzage te krijgen in het bewijsmiddel kan die partij dan een vordering tot inzage in dat specifieke stuk instellen.

Sinds 1 januari 2025 is het recht op inzage (als onderdeel van het bewijsrecht) gemoderniseerd en vereenvoudigd. 

Als degene die erom verzoekt voldoende belang heeft, dan geldt voor het inzagerecht de hoofdregel dat degene die over de relevante bewijsstukken beschikt verplicht is om inzage te verschaffen. Voor dit inzagerecht gelden wel voorwaarden, te weten: 

  • er moet een concreet belang bestaan,
  • de gevraagde gegevens moeten duidelijk zijn omschreven, en
  • aannemelijk moet zijn dat de wederpartij de stukken bezit.

Oordeel van de Rechtbank Rotterdam

De rechtbank wees het verzoek van de franchisenemer tot inzage en afgifte van stukken af. 

De redenen daarvoor waren:

  • onvoldoende belang bij de gevraagde gegevens,
  • het ontbreken van concrete aanwijzingen, en
  • het verzoek leek meer op een fishing expedition dan op een onderbouwde bewijsaanvraag.

Daarnaast voerde de franchisegever met succes aan dat er gewichtige redenen waren om de stukken niet te hoeven afgeven.

Wat betekent dit voor franchisegevers en franchisenemers?

Deze uitspraak biedt een aantal lessen:

  • Voor franchisegevers: wees transparant en volledig bij het verstrekken van precontractuele informatie. Daarmee verklein je het risico op een latere dwaling franchise-claim.
  • Voor franchisenemers: wie de franchiseovereenkomst wil aantasten op grond van dwaling, moet zijn vermoedens concreet en feitelijk onderbouwen. Vage vermoedens zijn onvoldoende.
  • Voor beide partijen: het inzagerecht is geen middel om op goed geluk bewijs te verzamelen. De rechter stelt strikte eisen aan een verzoek tot afgifte van bescheiden.

Conclusie

De zaak Kipperij Arnhem bevestigt dat de rechter streng omgaat met dwalings- en informatieclaims in franchiserelaties. Alleen goed onderbouwde en concreet omschreven verzoeken maken kans. Een fishing expedition wordt resoluut afgewezen.

 

Profielafbeelding Esther Brons-Stikkelbroeck

Contactinformatie

Esther Brons-Stikkelbroeck

Advocaat | Partner

06 28090966
esther@doenlegal.nl Socials

DOEN Legal Blog