Wet franchise blijkt flexibeler: Standstill-periode in de praktijk

Een uitspraak van de voorzieningenrechter in Den Haag van 29 december 2023 laat zien, dat een samenwerking vóór het ondertekenen van de franchiseovereenkomst een rol kan spelen bij de beoordeling of een franchisenemer de franchiseovereenkomst later kan vernietigen vanwege het niet in acht nemen van de standstill-periode. De uitspraak lijkt niet in lijn met de tekst van de Wet Franchise, maar houdt wel rekening met het doel van de wettelijke wachttijd bij het aangaan van een franchiseovereenkomst.

Wat is de standstill-periode?

De Wet franchise verplicht een franchisegever om minstens vier weken voor het ondertekenen van een franchiseovereenkomst specifieke informatie te verstrekken aan de kandidaat-franchisenemer. Gedurende deze periode kan de kandidaat-franchisenemer doordacht en in alle vrijheid overwegen of hij de overeenkomst wil aangaan. Als partijen desondanks tijdens deze wachttijd een overeenkomst sluiten, behoudt de franchisenemer het recht om deze te vernietigen. Bij iedere wijziging van de franchiseovereenkomst in het nadeel van de franchisenemer, begint de wachttijd opnieuw te lopen. 

Voorovereenkomst

In de zaak die werd voorgelegd aan de rechtbank in Den Haag waren franchisegever en kandidaat-franchisenemer eind 2021 al met elkaar in gesprek over de formule. Ze besloten een voorovereenkomst aan te gaan, waarbij ze praktisch handelden alsof de overeenkomst al getekend was, terwijl ze formeel nog in onderhandeling waren. Uiteindelijk werd de franchiseovereenkomst in augustus 2022 officieel bekrachtigd. In december 2023 bleek de franchisenemer niet tevreden en vernietigde hij de overeenkomst, waarbij hij stelde dat er tijdens de wachttijd wijzigingen in zijn nadeel waren doorgevoerd. Dit kan met een beroep op de standstill-periode uit de Wet Franchise. De kortgedingrechter steekt daar in dit geval een stokje voor.  

Oordeel in kort geding

De voorzieningenrechter oordeelt dat de franchisenemer de nadelige wijzigingen niet heeft aangetoond. Alleen al om die reden gaat het beroep van de franchisenemer op vernietiging niet op. Maar ook als er wel wijzigingen in de overeenkomst zijn doorgevoerd, dan nog oordeelt de rechter, kan de franchisenemer geen beroep doen op schending van de standstill-periode. Dit komt omdat partijen al sinds november 2021 samenwerken op basis van een voorovereenkomst die niet wezenlijk verschilt van de definitieve overeenkomst. De franchisenemer heeft precies geweten waar hij voor tekende. 

Weloverwogen besluit

De rechter concludeert dat de franchisenemer voldoende gelegenheid heeft gehad om weloverwogen een besluit te nemen. En dat is het doel van de wetgever; dat een kandidaat-franchisenemer zich kan beraden over wat hem is aangeboden. Door de samenwerking sinds eind 2021 met kennisname van alle ‘spelregels’ en contractuele afspraken, heeft de franchisenemer zich een goed beeld kunnen vormen. In die situatie kan er geen beroep worden gedaan op strijdigheid met de Wet franchise.

Profielafbeelding Esther Brons-Stikkelbroeck

Contactinformatie

Esther Brons-Stikkelbroeck


06 28090966
esther@doenlegal.nl Socials

DOEN Legal Blog